U bent hier:Home Onderwerpen Ontnemingsmaatregel
Wanneer de rechter van mening is dat u inkomsten hebt gehad uit het plegen van bewezen verklaarde strafbare feiten, zoals oplichting of handelen in verdovende middelen, dan kan dit u worden ontnomen.
De rechter kan u in dit geval naast bijvoorbeeld een gevangenisstraf ook een ontnemingsmaatregel opleggen. In deze maatregel wordt bepaald hoeveel u de Staat moet betalen.
Als de rechter u de ontnemingsmaatregel heeft opgelegd, start het CJIB met de executie. Deze zal alleen plaatsvinden als zowel de strafzaak als de ontnemingsmaatregel onherroepelijk zijn geworden. Dit betekent dat u geen mogelijkheden meer hebt om tegen deze zaken in beroep te gaan.
Het executieproces begint met een eerste aanschrijving. Wanneer u niet, niet tijdig of niet volledig betaalt, kan het CJIB een gerechtdeurwaarder inschakelen. Maar ook vervangende hechtenis of de lijfsdwang kunnen als pressiemiddel worden ingezet om u tot betaling te dwingen.
Welk pressiemiddel wordt ingezet, is onder meer afhankelijk van het moment waarop uw zaken onherroepelijk zijn geworden:
Voor ontnemingszaken die vóór 1 september 2003 onherroepelijk zijn geworden, kan een arrestatiebevel worden uitgevaardigd. Als u niet volledig betaalt, zal vervangende hechtenis ten uitvoer worden gelegd.
Voor zaken die op of na 1 september 2003 onherroepelijk zijn geworden, kan het CJIB u nog steeds laten aanhouden, maar niet eerder dan dat de rechter daarover in een aparte lijfsdwangprocedure heeft geoordeeld.
Het ondergaan van de lijfsdwang heft de betalingsverplichting niet op.